Wil je op de hoogte blijven?

Ontvang de TenPages nieuwsbrief!

Wij houden je op de hoogte van schrijftips, literaire evenementen, recensies door mensen uit het vak, columns en nog veel meer.

Naam is verplicht
E-mailadres is verplicht
E-mailadres is ongeldig
subscribe_error
Dit e-mailadres is al geabonneerd op de nieuwsbrief
U bent nu geabonneerd op de nieuwsbrief
Inschrijven
tenPagesInHetNieuws

         

Door: Astrid Slootweg 


Knof schreef de humoristische roman Saladedagen

 

Hoe kom je bij de naam Knof?


Toen ik begon te bloggen was er een blog die ik goed vond, en nog steeds de beste vind: Bieslog van Wim de Bie. Ik vind dat een leuke woord¬speling op bieslook en daarop voortbordurend bedacht ik knoflog, van knoflook.
Sommige mensen vinden Knof een leuke naam. Anderen vinden het juist verschrikkelijk. Dat vind ik niet erg, het is goed als je naam een mening oproept.
Ik vind het grappig dat veel mensen verbaasd zijn dat ik onder een pseudoniem schrijf. Pseudoniemen zijn zo oud als het schrijven zelf! Homerus heette ook gewoon Zorba, maar dat klinkt niet als je een epos wilt dichten.


Over talent gesproken, de werktitel van Saladedagen was De beste papa van de hele wereld. Ben jij dat?


Nee.
Ouders hebben de neiging hun kinderen als perfect te zien. Zeker jonge ouders. Alle eerste kinderen zijn Einsteintjes in de dop, of Mozartjes of Ronaldo’s of alle drie tegelijk. Terwijl de helft van de mensen minder slim, muzikaal en sportief is dan het gemiddelde. Dus waar blijven al die genietjes als ze opgroeien?
Hetzelfde doen ouders met zichzelf als opvoeder. Ze presenteren zich beter dan ze eigenlijk zijn. Dat is een stilzwijgende afspraak die we met elkaar gemaakt hebben: we doen ons beter voor dan we zijn en dat geldt in het kwadraat voor ouders van jonge kinderen.
Ook al lijk je voor de buitenwereld de beste papa van de hele wereld, vanbinnen voel je je hartstikke onzeker. Wedden dat de beste papa van de hele wereld in werkelijkheid een stuk minder goed is dan hij lijkt? Bill Cosby is waarschijnlijk ook gewoon een chagrijnige oude man in de ogen van zijn eigen kinderen.

 

Hoe ziet je ideale dag eruit?


Hoe zag gisteren eruit? Daar ligt het aan. Als ik de hele dag met de kinderen op stap ben geweest, is de ideale dag heerlijk rustig. Als ik ze al een week amper gezien heb, gaan we de hele dag leuke dingen doen.
Het wordt een heel burgerlijk antwoord: rustig wakker worden met de krant, ontbijten met het hele gezin, dan wil ik het zelfs nog wel klaarmaken. Dat is bij ons niet veel meer dan broodjes in de oven doen en hagelslag en pindakaas op tafel zetten. Dan zijn de kinderen blij, en wij dus ook. Ik kook eieren met een elektrisch piepei dat ‘Killing me softly’ zingt als je ei precies zacht genoeg is.
Dan is het grootste deel van de ochtend voorbij en gaan we iets leuks doen. Naar een museum werkt (nog) niet bij onze kinderen. Dan maar naar een bos, de kinderen in bomen laten klimmen. Dan iets drinken op een terras met een speeltuin of ballenbak. ’s Avonds gaan we uit eten, en daarna regelen we een oppas zodat ik met mijn vrouw naar de film kan. Dit is toch een hele saaie perfecte dag? Wie wil dat nou lezen? Zonde van je interview.
 

Het motto in je boek komt uit een film: Raising Arizona van Joel en Ethan Coen.


Raising Arizona past heel goed bij het boek. Het gaat over een onwaarschijnlijk koppel, een draaideurcrimineel en een agente, die samen uiterst gelukkig zijn. ‘These were the happy days, the salad days as they say...’ Tot zij broeds wordt en per se een kind wil. Vanaf dat moment gaat alles mis in de film omdat zij onvruchtbaar blijkt te zijn. In mijn boek blijkt dat het ook zo makkelijk niet is als het wel lukt. Het verandert alles. Je denkt dat je dat weet, vooraf, maar je weet het pas als het te laat is. Veel mannen be¬seffen dat intuïtief heel goed, die houden niet voor niets vaak de boot af. Sommige vrouwen gaan daar heel lang in mee, totdat het ze echt teveel wordt. Je ziet regelmatig vrouwen die rond hun dertigste hun foute vent dumpen en voor een degelijk, betrouwbaar exemplaar gaan met wie ze kinderen krijgen, een huis kopen, trouwen en heel gelukkig worden. Niet per se in die volgorde.

 

Waar schrijf je het liefst?


Op Hawaï, hahaha!
In de studeerkamer. Een betere plek heb ik niet. De deur kan dicht, zodat de kinderen niet naar binnen kunnen om me te storen. En ik heb mijn koptelefoon met Mozart. Muziek is prettig om bij te schrijven. Zolang het maar woordeloos is. Opera, koren of popmuziek leiden alleen maar af.
Onze studeerkamer was vroeger een garage. De vorige bewoners hebben ‘m niet zo netjes verbouwd, dus ik schrijf naast een lekkende regenpijp. Het bureau stamt nog uit mijn studententijd en is in feite niet meer dan een grote houten plank met schragen, waar de theeaf-drukken en doodles die ik daar heb achtergelaten tijdens het blokken voor saaie tentamens nog in zitten. Mijn stoel zit onder de kattenharen van Sam, de moeder van Wammes. Wammes zelf is dood, die hebben we zo plat als een bierviltje gevonden langs een drukke straat. De kin¬deren hebben haar begraven in een schoenendoos met een tekening erop van een poes die op zijn rug ligt en de treffende tekst ‘Wammes is dood’.

 

Waar haal jij je inspiratie vandaan?


Ik heb helaas maar één dag in de week echt tijd om te schrijven. De andere vier dagen werk ik als IT nerd, en in het weekend moet ik de kinderen vermaken. En dan heb ik ook nog een vrouw die af en toe wat aandacht wil.
Ik heb niet de luxe om te klagen over een writer’s block. Ik kan niet zeggen: misschien komt het morgen wel. Er zitten aandeelhouders en een uitgever te wachten op een boek. Ik kan niet wachten op inspiratie, ik moet gewoon gaan. Natuurlijk zit ik weleens vast, dan ga ik een rondje wandelen en nadenken. Wat heb ik nodig? Wat heeft het verhaal nodig? Schrijven is meer en meer techniek geworden en minder geluk. Om maar eens een oude tennisser te quoten, wiens tegenstander hem verweet dat hij zoveel geluk had omdat zijn ballen telkens precies op de lijn kwamen: ‘Het is heel gek, maar hoe meer ik oefen hoe meer geluk ik heb.’
Zo is het met schrijven ook. Je moet veel oefenen, er veel over nadenken en dan wordt het steeds minder geluk en steeds meer techniek. Dat zeg ik nu heel makkelijk, alsof ik bibliotheken vol heb gepend, terwijl ik pas één boek heb geschreven. Er zijn genoeg briljante schrijvers die een writer’s block krijgen. Blijkbaar is techniek alleen niet voldoende en is er toch iets ongrijpbaars als inspiratie, maar loop ik nog niet lang genoeg mee om het kwijt te zijn geraakt.

 

Door wie ben je als schrijver beïnvloed?


Nick Hornby, de auteur van onder andere High Fidelity. Kees van Kooten is ook ijzersterk als schrijver. Stilistisch gezien is hij de absolute top. Hm, nu ben ik meer aan het opnoemen wie ik goed vind, niet wie me geïnspireerd hebben.
Nescio is heel zuinig met taal, maar schrijft heel mooi. Daar kan ik nooit aan tippen natuurlijk, ik ben niet zuinig met taal. Ik mors met taal.
Ammaniti! Ik heb hem pas onlangs ontdekt, maar wat een boeken schrijft die man. Dat is wel een doel om naar te streven, een beetje in de buurt van zijn niveau komen.

 

Heb je ook een inspiratiebron die niet schrijft?

 

Ja, nou moet ik het natuurlijk over mijn vrouw Jeska hebben...

 
 

Heb je haar ontmoet zoals Lennart Pien ontmoette?


Ik heb haar ontmoet bij studentenvereniging Veritas, waar we samen in de annuariumcommissie zaten. Dat houdt in dat je het jaarboek schrijft en de redactie doet en daarvoor acht maanden in een hok in de kelder van het pand doorbrengt. Naarmate de deadline nadert, werk je tot diep in de nacht door en dan leer je elkaar wel kennen. Toen we weer naar buiten mochten, hadden we elkaar gevonden. Dat was ook niet zo moeilijk, want je kon niet om elkaar heen in dat hok.
Ik ben niet zo stuntelig als Lennart. Ik hoor Jeska in gedachten nu heel hard lachen, zo van: echt wel!
Laat ik het zo zeggen: als je van jezelf een enorme macho bent die ervan overtuigd is dat slechts een knipoog van jou genoeg is om alle vrouwen in katzwijm te laten vallen, is het moeilijker om een figuur als Lennart te verzinnen dan wanneer je je beter in zo iemand kunt verplaatsen.
Lennart is een fictief personage, dus kun je het wat aandikken. Ik heb bijvoorbeeld nooit iemand met een schoen een gebroken neus bezorgd. Ik heb zelfs nooit iemand al bij het uitkleden verwond.
Maar Lennart staat wel dichter bij mij dan De Raai bijvoorbeeld. Dat personage is gebaseerd op diverse gynaecologen die ik in mijn leven ontmoet heb. Eentje heeft echt gezegd: ‘Ach, die pijn bij het bevallen... ik ben ook weleens met mijn ballen op de stang van mijn fiets gevallen.’ Hij had het overigens tegen een zuster, niet tegen mijn vrouw.

 

Je hebt het er maar druk mee: schrijven, werk, kinderen... hoe combineer je dit allemaal?


Ik werk vier dagen in de week, en één dag schrijf ik fulltime. Dan gaat om halfzeven de wekker, breng ik om halfnegen de kinderen naar school, en zit ik om negen uur achter de laptop. Ik ga zo lang mogelijk door, tot ik met goed fatsoen niet later naar de buitenschoolse opvang kan om de kinderen te halen. Dan is de dag alweer voorbij. Moet ik weer een week wachten. Ik heb wel altijd overal papier en pen bij de hand. Je moet ideeën meteen opschrijven, anders vergeet je ze.
Roald Dahl is een goed voorbeeld. Hij bedacht een verhaal over mensen die vastzitten in een lift. Maar hij zat in de auto en had geen papier en pen bij de hand. Hij stopte langs de kant van de weg en schreef ‘lift’ in het stof aan de achterkant van de auto. Thuis zag hij dit en herinnerde zich het idee weer. Daar schreef hij het op. Dat herken ik wel.

 

 

De standaardvraag aan een schrijver: is Saladedagen echt gebeurd?


Ik zou zo niet kunnen opnoemen wat er in Saladedagen waargebeurd is. Weinig. Grofweg: ik heb ook weleens iemand zwanger gemaakt, en die is ook bevallen, en daar is ook een zoontje uit gekomen. Voor de rest is het 80 procent fantasie, en van de overige 20 is 80 procent door anderen meegemaakt. Dingen die ik heb gezien of gehoord.
Dus nee, het is niet autobiografisch. Aan de andere kant kun je jezelf onmogelijk buiten beschouwing laten wanneer je schrijft. Dat is de paradox van het schrijven: zelfs als je iets verzint, is het autobiografisch. Het komt niet voor niets in jouw hoofd op.

  

En sommige personages zijn echte mensen.


Een van de meest gestelde vragen aan schrijvers is: ‘Is het boek autobiografisch?’ Daar wilde ik mee spelen. Ik wilde fictie schrijven, maar wel met échte mensen erin. Dus heb ik een figurantenwedstrijd gehouden. Er zijn genoeg mensen die altijd al eens in een boek hebben willen voorkomen. Zij konden reageren via mijn weblog en vervolgens heb ik ze allerlei vragen gesteld, waardoor ik de personages dingen kon laten doen die de levende versie van henzelf ook gedaan kon hebben. Friso (Lennarts huisgenoot uit zijn studententijd), Jorik (van Lennarts mentorgroepje) en Sara (bij de pufclub) bestaan echt, ze zien eruit zoals ze er in het echt uitzien, ze zeggen dingen die ze in het echt zouden kunnen zeggen. Het is een postmodern commentaar die de grens tussen fictie en non-fictie doet vervagen omdat we de werkelijkheid zoals die werkelijk is nooit kunnen bevatten. En het is gewoon grappig.

 

Waarom schrijf je?


Het schijnt dat schrijvers dat altijd gevraagd wordt, nu wordt deze vraag eindelijk eens aan mij gesteld.
Volgens mij is het korte antwoord dat schrijven een manier is van aandacht vragen. Het is bedelen om schouderklopjes. Het ‘kijk mama met losse handen-effect’. Social media, Twitter en Facebook, dat werkt eigenlijk hetzelfde. Je plaatst een berichtje en dan is het wachten. Blijft het niet onopgemerkt? Oe, iemand liked het! Dat zijn digitale schouderklopjes die we elkaar geven. En waarom ik aandacht wil, waarom ik schouderklopjes wil... tsja... Waarom willen we aandacht? Dat is je plekje veroveren. Bevestiging vragen dat je het waard bent om er te zijn.

 

Wat hoop je uiteindelijk te bereiken met schrijven?


Permanent op Hawaï? Hahaha, nee, er is een verschil tussen wat je wenst en wat je hoopt. Hoop moet realistisch zijn, anders wordt het zo wanhopig.
Ik zou graag van het schrijven leven. En om iets politiek corrects te zeggen: ik wil heel veel lezers bereiken. Contact met lezers vind ik nu al heel leuk, zelfs als ze nog niks gelezen hebben en technisch gezien nog niet eens lezers zijn. Zo heb ik tijdens het schrijven contact gehouden met de aandeelhouders. Ze hebben me geholpen met vervelende kindernamen, met onsmakelijke muziek voor tijdens een bevalling...

 

Waarom heb je gekozen voor TenPages.com en niet voor een ‘gewone’ uitgeverij?


Ik ben benaderd door Coen Borgman (destijds stagiair bij TenPages). Voordat ze begonnen heeft hij een honderdtal bloggers benaderd die ze goed vonden en gevraagd om iets in te sturen voor een website waarvan ze nog niet konden vertellen wat het precies was. Ik twijfelde, wat nou als het niets zou worden? Ik heb het toch ingestuurd. Maanden later ging de site online. Pas een dag voor de lancering wist ik waar ik aan meedeed. Vijf dagen later was het alweer voorbij. Toen was mijn boek verkocht.
Ik heb nooit geprobeerd iets te publiceren via een uitgeverij. Ik heb een dag vrij genomen omdat ik een deadline had, anders was het boek er niet gekomen. Als je dat niet hebt, moet je de discipline hebben om een heel goed boek te schrijven voor jezelf en hopen dat er een uitgever is die het wil publiceren. Je weet dat heel weinig manuscripten een boek worden. Het aantal manuscripten dat uitgevers ontvangen, is enorm. Dat nodigt niet uit om een manuscript in te sturen. Zonder TenPages had ik niet het zelfvertrouwen gehad.

 

 

                                                     

 

 

 

Waarom aandelen in een manuscript kopen?

  • Je laat de schrijver van het manuscript zien dat je vertrouwen in hem of haar hebt.
  • Als het manuscript alle aandelen verkoopt, wordt jouw (profiel) naam vermeld achterin het uitgegeven boek als 'ontdekker'.
  • Als alle aandelen van een manuscript verkocht worden, ga je geld verdienen met de boekverkoop!
  • Als het manuscript niet alle aandelen verkoopt, krijg je € 4,- per aandeel (80%) teruggestort op je account.

Hoeveel kun je verdienen met je aandelen?*

  • Netto verkoopprijs

    Gemiddeld 20,-

  • Aantal aandelen

    Gemiddeld 45 aandelen

  • Aantal verkochte boeken

Je ontvangt € 
met je inleg van € 

* Bij 2.000 verkochte aandelen aan minstens 100 aandeelhouders. > Meer info

Terug naar de website

Minder dan 100 aandeelhouders

Stel een manuscript verkoopt 2.000 aandelen, maar niet verspreid over minstens 100 aandeelhouders. Wat dan? De verkoop van aandelen loopt in dat geval gewoon door. Tot er door 100 aandeelhouders aandelen gekocht zijn. Het extra geld dat is bijeengebracht, wordt dan uitgekeerd aan alle aandeelhouders. Voorbeeld: er worden uiteindelijk 2.180 aandelen verkocht. Dan wordt er 900 euro (180 * 5) naar rato aan de aandeelhouders uitgekeerd.

De opbrengst per aandeel op basis van de boekverkoop wordt dan wel minder. Want de 10% over de netto boekverkoopomzet wordt verdeeld over alle aandeelhouders, dus in dit voorbeeldgeval over 2.180 aandelen. Maar een voordeel bij een manuscript dat meer dan 2.000 aandelen verkoopt is natuurlijk wel dat het breder gedragen wordt. De kans op een verkoopsucces is dus groter!


© TenPages.com en het TenPages.com logo zijn geregistreerde handelsmerken van TenPages B.V.
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgaven of op deze website mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van TenPages B.V.