Nog geen TenPages account? Meld je aan
Cock en Marion schreven een indringend manuscript over de moeilijke jeugd van Cock vlak na WOII, in een liefdeloos gezin dat geteisterd werd door armoede, huiselijk geweld en alcoholisme. Het is echter niet het alleen verhaal van een individu, maar bevat een geheel tijdsbeeld. De theorie in de kantlijn over jeugdzorg (Cock werd later directeur in de jeugdzorg), maakt dit tot een meer dan boeiend manuscript!
Jullie manuscript is een samenwerking tussen jullie beide. Hoe zag deze samenwerking er precies uit?
Cock: De behoefte om een boek te schrijven kwam voort uit alles wat ik tegenkom in de jeugdzorg en de herkenning die ik daarbij heb, doordat ik zelf ook een jeugd met allerlei toestanden heb gehad. Daarbij vind ik het goed om aan mijn kinderen door te geven hoe het leven was in de generaties voor hen. Ik ben gaan schrijven op het moment dat allebei mijn ouders, kort achter elkaar, overleden. De tijd was kennelijk rijp.
Marion: Toen ik erbij kwam lag de autobiografie er al. Zelf schrijf ik zowel artikelen als fictie en de vraag van Cock was om mee te kijken hoe er een boek van te maken dat ook aantrekkelijk is voor mensen die Cock niet kennen. Ik werd gegrepen door het verhaal en wilde er graag aan meewerken. Enerzijds hebben we het verhaal nog een keer van het begin tot het eind doorgenomen en de tekst sterker gemaakt door details toe te voegen en onderdelen beeldender te beschrijven. Maar we wilden meer dan een verhaal over een ellendige jeugd. Zo kwamen we op het idee om in de kantlijn van het verhaal theorie te schrijven. We willen duidelijk maken wat de invloed van bepaalde gebeurtenissen is op iemands gedrag en leven. Dat huiselijk geweld niet alleen een probleem is voor de ouders, maar verregaande consequenties heeft voor de kinderen. En hoe belangrijk goede jeugdzorg is. Het doel was een prettig leesbaar en toegankelijk boek te schrijven dat ook informatief is.
Denken jullie dat de situatie die in het manuscript beschreven wordt voor veel generatiegenoten herkenbaar is?
Cock: Eerlijk gezegd hoop ik dat het ook herkenbaar is voor andere generaties. Het gaat niet zozeer om het feit dat ik geboren ben in een bepaalde tijd, maar dat ik geboren ben in bepaalde omstandigheden. Die slechte omstandigheden, voor een kind, heeft effecten. Dat geldt voor elke generatie.
Marion: Ik denk dat het herkenbaar is, zelf ken ik de verhalen uit de oorlog van mijn ouders en opa en oma. Daarnaast is mijn ervaring ook dat veel mensen hun ogen sluiten voor huiselijk geweld. Zelfs al speelt het zich onder hun neus af.
En misschien ook voor latere generaties?
Cock: Je wordt gevormd door de mensen die je opvoeden en door wat je meemaakt tijdens je kinderjaren. Dat is iets wat veel te vaak onderbelicht wordt. We kijken wel terug op de nare jeugd van de mensen, maar staan nauwelijks stil bij de nare jeugd van de kinderen van nu. Ik zou willen dat we ons meer realiseren dat we allemaal een verantwoordelijkheid hebben voor het veilig en goed laten opgroeien van kinderen. Daar plukken we later ook weer de vruchten van; kinderen die rustig opgroeien, worden ook evenwichtige mensen in de samenleving.
Marion: Er is steeds meer aandacht voor huiselijk geweld en kindermishandeling in de media. Maar we weten dat nog steeds heel veel mensen moeite hebben actie te ondernemen. Dat van de ongeveer 150.000 kinderen die jaarlijks mishandeld worden er maar 50.000 bij de hulpverlening komen.
In hoeverre heeft de moeilijke jeugd van Cock meegespeeld in zijn latere carriere?
Cock: Mijn jeugd heeft me doen
besluiten om in de jeugdzorg te gaan werken. Daarbij heb ik door mijn jeugd een sterke betrokkenheid op kinderen die te weinig veiligheid, aandacht of te weinig kansen krijgen. Ik heb me al op jonge leeftijd voor genomen om wél verantwoordelijkheid te nemen op het moment dat je weet dat het ergens niet goed gaat met een kind. Dat heeft mij ook geholpen in mijn carriere; verantwoordelijkheid nemen is daarin een leidraad geweest. Je hebt toch een soort van “ daderwetenschap”, je moet wat doen!
Is het een voordeel gebleken om zelf geworsteld te hebben met dergelijke instanties?
Cock: Het gaat niet zozeer om anonieme instanties. Het gaat om de mensen die er werken. In elke instantie waarin ik gewerkt heb, heb ik geprobeerd dat verschil te maken. “ De organisatie, dat ben jij” is een uitspraak die daar bij past. Wat voor mij wel een voordeel is geweest, is dat ik rucksichlos kan zijn en niet van mijn pad af te brengen ben, wanneer ik weet welke kant we op moeten met een organisatie. Natuurlijk heb ik dan wel eens gebotst met andere organisaties. Maar een flinke discussie was dan het resultaat en uiteindelijk bleek dat de drijfveer van mensen die werken in de jeugdzorg het zelfde is. Dat geeft aanknopingspunten tot samenwerking.
Marion: Zelf heb ik niet zozeer geworsteld met deze instanties, maar er gewerkt als beleidsmedewerker en projectleider. Als voorzitter van de cliëntenraad bij de Raad voor de Kinderbescherming spreek ik regelmatig cliënten die met de jeugdzorg en kinderbescherming te maken hebben. Het blijft voor mij een uitdaging er aan bij te dragen dat de hulp goed aansluit op wat kinderen en gezinnen nodig hebben.
Wat hopen jullie de lezer mee te geven?
We willen duidelijk maken wat de invloed van problemen in de jeugd is op iemands latere leven. Dat vrouwen die zelf in een mishandelingsituatie door het boek de patronen herkennen en het hen kracht geeft eruit te stappen, dat mensen sneller actie ondernemen bij signalen van mishandeling. Het is belangrijk verantwoordelijkheid te nemen als volwassene, wanneer je weet van een kind in de knel.
En meer begrip voor het moeilijke en belangrijke werk waar de medewerkers van de jeugdzorg voor staan.
Lees het manuscript van Cock & Marion: 'Zomaar een kind'.
Stel een manuscript verkoopt 2.000 aandelen, maar niet verspreid over minstens 100 aandeelhouders. Wat dan? De verkoop van aandelen loopt in dat geval gewoon door. Tot er door 100 aandeelhouders aandelen gekocht zijn. Het extra geld dat is bijeengebracht, wordt dan uitgekeerd aan alle aandeelhouders. Voorbeeld: er worden uiteindelijk 2.180 aandelen verkocht. Dan wordt er 900 euro (180 * 5) naar rato aan de aandeelhouders uitgekeerd.
De opbrengst per aandeel op basis van de boekverkoop wordt dan wel minder. Want de 10% over de netto boekverkoopomzet wordt verdeeld over alle aandeelhouders, dus in dit voorbeeldgeval over 2.180 aandelen. Maar een voordeel bij een manuscript dat meer dan 2.000 aandelen verkoopt is natuurlijk wel dat het breder gedragen wordt. De kans op een verkoopsucces is dus groter!