Nog geen TenPages account? Meld je aan
David. V. schreef een humoristische verhalenbundel, waarbij 'alledaagse' belevenissen centraal staan: het laatste pak negerzoenen, een voordringer bij de dierenarts en de cowboylaarzen van mijn oma. Van alle kleine zaken weet David. V iets uiterst herkenbaars en komisch te maken. TenPages.com vroeg David naar zijn inspiratiebronnen en werkwijze voor 'Niet bedoeld om op te eten'.
Jouw verzameling korte verhalen gaat vooral over het beleven van alledaagse dingen, waaraan je een humoristische draai geeft. Besteed je speciaal aandacht aan het observeren van alledaagse dingen?
Ik beleef niet zo bijster veel grootse dingen, maar dat hoeft ook niet. Ik zoek juist de humor in kleine dingetjes. Mensen praten vaak volgens een soort script, steeds maar weer over hetzelfde, en het wordt al snel interessant als ze van dat script afwijken: als een bejaarde vrouw mij probeert uit te leggen wat haar emailadres is, als ik de caissière erop wijs dat negerzoenen voortaan anders gaan heten of als een leerling uit mijn klas zich met getallen gaat bemoeien waar hij nog helemaal geen weet van heeft.
Zwelgje, the A-team en The Gilmore Girls komen aan bod in jouw manuscript. Zaken die herkenbaar zijn voor een hele generatie. Hoe kom je aan inspiratie hiervoor?
Ik probeer niet met opzet een bepaalde generatie aan te spreken, maar ik schrijf gewoon over dingen die mijzelf opvallen of interesseren. Je noemt nu toevallig drie dingen van televisie, maar ik schrijf over van alles: dingen die ik met vrienden beleef, producten met gekke namen, leerlingen die iets grappigs zeggen. Maar nu je het zegt: ook veel over televisieprogramma’s waar iets mee is. Laatst had ik nog een gesprek met iemand over Pipi Langkous uit die oude serie, met Tommie en Annika. Ik vond die Pipi altijd een verschrikkelijk kind en ik was stiekem altijd verliefd op het meisje dat Annika speelde. Dan schrijf ik dat op, omdat ik er vanuit ga dat veel meer jongens dat hadden, dat het herkenbaar is. Maar of dat ook echt zo is, is natuurlijk de vraag.
De meeste mensen vergeten alledaagse dingen snel weer. Onthoud jij ze bewust om ze op te kunnen schrijven?
Als ik iets grappigs meemaak of iemand iets grappigs hoor zeggen, weet ik meteen: dit wordt een verhaaltje. Meestal kom ik er pas later aan toe om het op te schrijven – ik loop niet rond met een notitieblokje of zoiets – dus dan probeer ik alle details zo goed mogelijk te onthouden. Wat ging eraan vooraf? Wat werd er precies gezegd? Wat dacht ik allemaal? ’s Avonds kruip ik dan achter de computer en typ ik er een stukje over,
dat dan meestal op mijn weblog komt.
Zijn de verhalen in jouw bundel ook echt gebeurd?
Ze zijn allemaal wel echt gebeurd, maar als ik ze opschrijf meet ik mezelf wel altijd een soort naïeve, onnozele rol aan, zodat de verhaaltjes nog beter uit de verf komen. Ik schrijf de dingen ook vrij kaal op, het liefst helemaal zonder bijvoeglijke naamwoorden, want ik hou absoluut niet van die onnodig opgesmukte zinnen. Die simpele, kale stijl maakt de verhaaltjes humoristischer, vind ik.
Heb je al eerder geschreven? Zo ja, wat?
Toen ik klein was typte ik al kleine verhaaltjes op de typemachine van mijn ouders, maar pas de laatste jaren neemt het wat serieuzere vormen aan. Ik heb een aantal artikelen geschreven voor de ‘nrc next’ en vorige maand is er een populair-wetenschappelijk boek van mij verschenen bij uitgeverij Houtekiet: “De brandweerman & de parkeermeter” , over sociale psychologie. Daar ben ik natuurlijk heel trots op. Daarnaast heb ik ook een kinderboek geschreven, dat hier op TenPages.com te lezen is: “Kip en Muis”. Dat manuscript heeft het tot een redactievergadering bij Querido geschopt, maar op het laatste moment ging het toch niet door. Een vriend van mij heeft er later prachtige illustraties bij gemaakt en we hebben het in eigen beheer uitgegeven. Maar het zou natuurlijk geweldig zijn als dit boek via TenPages.com alsnog in de winkel kwam te liggen!
Stel een manuscript verkoopt 2.000 aandelen, maar niet verspreid over minstens 100 aandeelhouders. Wat dan? De verkoop van aandelen loopt in dat geval gewoon door. Tot er door 100 aandeelhouders aandelen gekocht zijn. Het extra geld dat is bijeengebracht, wordt dan uitgekeerd aan alle aandeelhouders. Voorbeeld: er worden uiteindelijk 2.180 aandelen verkocht. Dan wordt er 900 euro (180 * 5) naar rato aan de aandeelhouders uitgekeerd.
De opbrengst per aandeel op basis van de boekverkoop wordt dan wel minder. Want de 10% over de netto boekverkoopomzet wordt verdeeld over alle aandeelhouders, dus in dit voorbeeldgeval over 2.180 aandelen. Maar een voordeel bij een manuscript dat meer dan 2.000 aandelen verkoopt is natuurlijk wel dat het breder gedragen wordt. De kans op een verkoopsucces is dus groter!