Nog geen TenPages account? Meld je aan
Interview met Roelof ten Napel (19), Kunstbende-winnaar in de categorie Taal. De Kunstbende is een jongerenorganisatie voor talentontwikkelingen. Voor de 22ste keer organiseerde zij de landelijke wedstrijd op zoek naar jong creatief talent. Er kan worden meegedaan in de verschillende categorieën: Muziek, DJ, Fashion, Theater & Performance, Film & Animatie, Dans, Taal en Expo. Tenpages.com is partner van Kunstbende en biedt de winnaar van de categorie Taal een interview en manuscriptbeoordeling aan. Roelof heeft met zijn verhaal ‘Isolationist’ gewonnen. Hij studeert wiskunde aan de Universiteit Utrecht en schrijft sinds anderhalf jaar korte verhalen.
Waarom heb je je aangemeld bij de Kunstbende?
De wedstrijd is laagdrempelig maar met hoge potentie: je doet zonder moeite mee – en dat is meteen een hele vooral gezellige ervaring – maar het kan, wanneer je goed bezig bent, zich aandienen als een enorme springplank. De organisatie heeft veel connecties en de prijzen zijn over het algemeen ook niet mis.
Heb je al eerder geschreven en wat schrijf je zoal?
Ik schrijf sinds ongeveer anderhalf jaar met een serieuze, ambitieuze insteek – dat wil zeggen, stukken die ik als het even lukt literatuur durf te noemen. Vooralsnog zijn het vooral korte verhalen van duizend tot tweeduizend woorden. Ik houd er niet van al te langdradig te worden als dat niets toevoegt aan de stijl of sfeer. De korte verhalen centreren zich vaak rond één of twee personen en een gebeurtenis of gebeurtenissen die niet onmogelijk maar wel hoogst onwaarschijnlijk zijn. Ik zit een beetje op de rand van het magisch realisme/surrealisme.
Heel af en toe tik ik een zkv (100 tot ongeveer 400 woorden), en gedichten meestal in periodes die één of twee maanden aanhouden waarna ze weer een hele tijd wegblijven.
Heb je ‘Isolationist’ speciaal voor de Kunstbende geschreven?
Dat weet ik niet helemaal zeker meer. Omdat ik al langer van kunstbende af wist had ik vaak bij een tekst die binnen de tijd paste wel het idee ‘dit zou hem kunnen zijn’, maar ik weet niet of ik kunstbende in gedachte had vóór ik eraan begon.
Hoe ben je op het idee gekomen van het schrijven van dit verhaal?
Volgens mij begon het met een plotse obsessie rond de woorden ‘isoleren’ en ‘isolationisme’ zelf. In eerste instantie dacht ik aan iemand die zijn hele leven binnen een luchtbel zat, maar uiteindelijk werd het een man die zijn kamer dicht bouwt. Daar kwam een ander idee wat ik eerder had bij kijken, rond het hebreeuwse woord ‘Selah’. Die twee ideeën vulden elkaar uiteindelijk goed aan.
Dat komt vaker voor, trouwens, dat meerdere afzonderlijke ideeën hetzelfde verhaal binnendringen. Het zou niet de eerste keer zijn dat ik één tekst herschrijf en daarbij twee andere ‘toevoeg’. Soms heb ik het idee dat meerdere verhalen die ik eerder heb geschreven eigenlijk allemaal bij elkaar horen, en die probeer ik dan tot een gestroomlijnd geheel om te bouwen. Dat gaat vaak gepaard met het schrappen van ongeveer driekwart aan tekst.
Hoe heb je het Kunstbende-traject ervaren?
Daar zit ik nu nog middenin, maar ik geniet er al wel van. De fysieke prijzen waren in ieder geval niet mis, en zoals het ernaar uitziet ga ik van het gedeelte wat meer op coaching gericht is veel hebben. Ik kijk er in ieder geval naar uit.
Waar krijg je inspiratie van?
Over het algemeen iets héél kleins, en dat kan dan overal vandaan komen. Een beeld, een woord, een bepaalde beweging. Dat bouw ik dan eerst als concept uit, waarna ik er verhaalelementen aan ophang. Bij beelden
ga ik op zoek naar de context, ‘wat gebeurt hier eigenlijk’, en bij woorden probeer ik iets met de betekenis te doen.
Alle onderwerpen die ik aandoe relateer ik vaak ook aan de taal zelf. Een verhaal ontkomt er door zijn medium niet aan iets te zeggen over de taal, al is het maar impliciet. Dat zag je ook bij het Kunstbende-verhaal, waar ik het initiële concept van isoleren – wat weer was geïnspireerd door het woord zelf – vervolgens relateerde aan een ander woord. Taal is iets wat we allemaal kennen en gebruiken, maar in feite zijn dingen als betekenis helemaal niet zo vanzelfsprekend. Dat intrigeert me en is zodoende een onderwerp wat erg vaak terugkomt, ook als ik eigenlijk ergens anders over schreef.
Waar schrijf je het liefst?
De plaats zelf maakt me niet zoveel uit, als er maar niemand om me heen loopt of zit of tegen me kan gaan praten. Als aan die eis is voldaan heb ik niet meer nodig dan een laptop of typemachine.
Heel soms schrijf ik een alinea die in me opkomt in de trein op, daarvoor heb ik ’n notitieboekje. Maar of dat nu echt ‘schrijven’ is.
Zou je in de toekomst meer willen schrijven?
Zeker – al is het de vraag of dat kan. Volgens mij ben ik continu wel met schrijven bezig in m’n hoofd. Ik zou graag eens een novelle afmaken – iets langer dan normaal, dus.
Als er een bestaand boek (van een andere auteur) op jouw naam zou staan, welk boek zou je dan hebben geschreven?
Moeilijk. House of Leaves, van Mark Z. Danielewski, vind ik fantastisch, maar als ik van de totstandkoming hoor – de schrijver heeft een aantal goeie vrienden verloren door zijn prioriteiten, en meer van dat soort dingen – weet ik niet of ik dat zou kunnen of willen.
Wat zijn jouw favoriete schrijvers?
Ik lees vooral de contemporaine Amerikaanse schrijvers, zoals Blake Butler en Ben Marcus. SAf en toe heb ik zin in een boek van Murakami.
> Lees 'Isolationist' van Roelof ten Napel
> Bekijk het nieuwsbericht over Kunstbende en TenPages.com
Stel een manuscript verkoopt 2.000 aandelen, maar niet verspreid over minstens 100 aandeelhouders. Wat dan? De verkoop van aandelen loopt in dat geval gewoon door. Tot er door 100 aandeelhouders aandelen gekocht zijn. Het extra geld dat is bijeengebracht, wordt dan uitgekeerd aan alle aandeelhouders. Voorbeeld: er worden uiteindelijk 2.180 aandelen verkocht. Dan wordt er 900 euro (180 * 5) naar rato aan de aandeelhouders uitgekeerd.
De opbrengst per aandeel op basis van de boekverkoop wordt dan wel minder. Want de 10% over de netto boekverkoopomzet wordt verdeeld over alle aandeelhouders, dus in dit voorbeeldgeval over 2.180 aandelen. Maar een voordeel bij een manuscript dat meer dan 2.000 aandelen verkoopt is natuurlijk wel dat het breder gedragen wordt. De kans op een verkoopsucces is dus groter!