Nog geen TenPages account? Meld je aan
Haat en nijd. Haat en nijd tussen auteurs. Twee totaal verschillende auteurs. Ik heb nooit geweten dat het bestond. Tot ik een gesprek opving tussen twee heren van middelbare leeftijd. Het was niet eens een directe conversatie. Tussen de twee mannen in zat nog iemand, die de over en weer gaande speldenprikken moest aanhoren. Alsof hij als een soort spelleider de discussiërende mannen van punten moest voorzien en aan het eind een winnaar aan zou wijzen.
De zwoeger en de productiemedewerker. Zo noemde ik de twee schrijvers op leeftijd voor het gemak. Vooral omdat ik hun echte namen niet kende. Maar wat maakte het uit? Het enige dat me boeide, was het schouwspel. Ze zaten aan een leestafel in een café. Beide redelijk succesvol in hun werk. Ik bestelde nog een drankje om vooral niets te hoeven missen van wat een waar schouwspel beloofde te worden. “Zeg jongeman, weet je dat de man aan je rechterhand het schrijfproces beschouwt als een zware bevalling?” De spelleider keek de man links van hem vragend aan. De linkerschrijver ging verder. “Jazeker. Hij is van mening dat je pas echt kunt schrijven als je je woorden veertien keer weegt voordat je ze op papier zet. Daarna streep je alles weer door en begin je opnieuw. Anders ben je roekeloos bezig en kun je als schrijver nooit kwaliteit leveren.” De man in het midden wreef met zijn hand over zijn kin.
Je woorden veertien keer wegen... Ik vond het nogal wat! Zou ik het zelf dan helemaal verkeerd doen? Was ook ik roekeloos? Ik denk over het algemeen goed na over wat ik schrijf. Maar als de pen eenmaal het papier raakt... Een lintje voor de persoon die me dan
nog tegenhoudt! Ik heb het schrijven van een boek nooit als een bevalling ervaren. Misschien komt dat doordat ik me als man moeilijk een echte bevalling kan voorstellen. Pijn deed het in ieder geval nooit. Hooguit op het moment dat het complete manuscript via een mailtje richting een andere partij verdween. Dat was het moment dat ik zelf geen invloed meer had op het proces. Maar verder? Nee. Waarom zou het pijn moeten doen? Je moet het toch vooral leuk vinden? Ik luisterde verder.
“Jongeman, het heerschap naast je is van mening dat hij een compleet stuk kan schrijven zonder zelfs maar adem te halen. De woorden vloeien als rake klappen uit zijn pen. Hij kijkt alleen maar vooruit en vindt schrappen iets voor mensen die niet kunnen beslissen. Zo beweert hij. Dat gelooft toch geen mens? Iedereen kijkt toch achterom, om te zien of dat wat je hebt gedaan, wel goed is geweest? Als je altijd maar denkt dat je alles goed doet, dan leer je ook niets. Roekeloos gedrag noem ik dat. Als een automobilist die nooit in zijn spiegels kijkt.” De scheidsrechter nam een flinke slok bier. Hij wreef ook na deze korte toespraak over zijn kin. Om vooral niet de indruk te wekken partijdig te zijn tijdens het debat tussen de mannen. De twee mannen waarvan ik de indruk kreeg dat ze niet helemaal vrij van jaloezie waren.
Toch had ook schrijver twee wel een punt. Geen groter goed dan leren van je eigen fouten. Je ogen sluiten maakt je in de regel weinig wijzer. Een kritische blik op je eigen werk waarschijnlijk wel. Beide mannen vonden dat ze het gelijk aan hun zijde hadden. Ik vond van niet. Althans, niet helemaal. Uiteindelijk vond ik dat ik, na het aanhoren van een deel van de
discussie, de hele waarheid kende. Is het echt belangrijk of je woorden op een schaal legt tot je zelf een ons weegt? Schrijf je een beter boek als je als Tazmanian Devil van begin naar eind raast? Natuurlijk niet! Uiteindelijk ben je als schrijver niet eens kundig genoeg om te oordelen of je iets goeds hebt geschreven. Dat is je uitgever niet eens. Wie betaalt, die bepaalt. Het publiek als jury.
Stel: je hebt een eeuwigheid gewerkt aan een roman. Het wordt uiteindelijk uitgegeven, maar nog binnen de periode die je zelf aan het schrijven hebt besteed, zie je het ergens achterin boekhandel De Slegte liggen, voorzien van stickers met daarop een wel erg zacht prijsje. Dat zou iets moeten zeggen over het oordeel van de ware kwaliteitsjury. Of stel: je koopt een boek van een andere auteur in de boekhandel. Je zegt dat het een cadeautje is en ziet tot je grote verbazing dat de verkoopster je aankoop verpakt in bladzijden uit jouw boek! Ook niet echt best. En stel als laatste: je hoort iemand praten over het feit dat hij een eerste druk heeft van jouw boek. Een tel later relativeert hij diezelfde uitspraak door te stellen dat dat geldt voor alle bezitters van jouw roman. Omdat druk twee nooit het leven heeft gekregen.
Zwoeger of productiemedewerker... Volgens mij maakt het niet zoveel uit. Uiteindelijk bepaalt het publiek wat het wil lezen. En kopen. Daarom raad ik iedereen die zijn manuscript hier plaatst aan, om het publiek zo groot mogelijk te maken. Laat een deel van het manuscript lezen aan iedereen die je kunt bereiken. Om zo meningen te krijgen en te verwerken voordat je echt een boek hebt. Des te meer kans heb je op uiteindelijk succes.
Stel een manuscript verkoopt 2.000 aandelen, maar niet verspreid over minstens 100 aandeelhouders. Wat dan? De verkoop van aandelen loopt in dat geval gewoon door. Tot er door 100 aandeelhouders aandelen gekocht zijn. Het extra geld dat is bijeengebracht, wordt dan uitgekeerd aan alle aandeelhouders. Voorbeeld: er worden uiteindelijk 2.180 aandelen verkocht. Dan wordt er 900 euro (180 * 5) naar rato aan de aandeelhouders uitgekeerd.
De opbrengst per aandeel op basis van de boekverkoop wordt dan wel minder. Want de 10% over de netto boekverkoopomzet wordt verdeeld over alle aandeelhouders, dus in dit voorbeeldgeval over 2.180 aandelen. Maar een voordeel bij een manuscript dat meer dan 2.000 aandelen verkoopt is natuurlijk wel dat het breder gedragen wordt. De kans op een verkoopsucces is dus groter!